Bardienst
We zijn gestrikt en erin gestonken. Shit. Na jaren lang de kantjes eraf gelopen te hebben, draaien we eindelijk bardienst. Bardienst op een donderdagavond bij tafeltennisvereniging Xerxes. Raar woord eigenlijk.Bardienst. Vindt een notoire drinker het vervelend om naar de kroeg te gaan? Of een serveerster of ober? Vinden zij het een verplichting om achter de bar te staan? Korsakov zou smullen.
Lang geleden, aan het eind van de jaren 50, heb ik in militaire dienst gezeten. Nou, gezeten, het was hard werken in die tijd! Voor de jongeren onder ons zal ik uitleggen wat dat was. Het was verplicht. Daarom heette het ook dienstplicht. Je moest, als je tenminste goedgekeurd werd. Sommigen hoefden niet. Die waren of niet goed bij hun lichaam of hun hoofd, of allebei een beetje. Of je had tenminste twee broers, die al in dienst gezeten hadden. Snappie! Ik had geen oudere broers.
Ik kwam op in Breda en heb bij de parate troepen in Assen gelegen. Jullie zien dat de werkwoorden toen een heel andere betekenis hadden dan nu. Kanonnenboeren werden we genoemd. Dat kwam omdat er zoveel mensen vanuit het boerenland, zoals Twente, de Achterhoek, Limburg, Friesland, Groningen en Amsterdam waren, geloof ik. De koffie met gevulde koek kostte toen samen 25 cent. We kregen per dag 1 gulden. Om de tien dagen was het betaaldag en kregen we een tientje in een papieren zakje. Gouden tijden waren dat. De toenmalige Sovjet Unie was de vijand. Wij oefenden in Oldenbroek, La Courtine en in Celle,een gehucht tegen de Oost-Duitse grens aan. We schoten op alles dat bewoog. In mijn latere leven heb ik er veel plezier van gehad.
Na de militaire dienst ging ik in loondienst. Dat wil zeggen, dat je gewoon bij een baas gaat werken. Er was eigenlijk niet zoveel verschil. Aan het eind van de week kreeg je een papieren zakje met geld erin. Vijfenvijftig gulden per week. Ja, ja. Mijn carrière was begonnen.
"Zou bardienst ook zoiets zijn?" vraag ik me af. "Is dit een voorzetting van mijn loopbaan?".
Toch een beetje gespannen parkeer ik mijn auto in een vak in de Japarastraat, met uitzicht op het mooie Delfshaven. "Who the fuck is Japara?", schiet er door mijn hoofd. Ik ben vroeg voor mijn doen. Zou iemand me inwerken? Liggen er procedures, regels of reglementen over wat je moet doen en laten achter de bar?
Mijn broertje Wim moet nog komen. Hij woont verder weg en gaat niet eerder van huis. Wim weet veel. Heeft ook in dienst gezeten. Specialist was hij. Du-du-du-da-da-du-du-du. Die kennis brengt hij nog dagelijks in de praktijk. Naast tafeltennis weet hij verder ook alles van radioactiviteit, heeft ook nog hoofdrekenen geleerd, ja, is er zelfs in afgestudeerd. Wetenschappelijk rekenaar is ie, of zoiets. Als er een hoogleraar of professor vraagt hoeveel 6 keer 4 is, geeft hij gewoon het antwoord. Uit zijn hoofd. Ech waar, ik heb het zelf gehoord en gezien.
Als ie eenmaal binnen is, neem ik het initiatief. "Doe jij nou de dingen waar jij goed in bent , dan doe ik de rest wel", zeg ik zelfverzekerd tegen Wim. "Dan zorg ik ervoor dat de mensen duidelijk hun bestelling aan mij doorgeven. Ik schrijf het op een papiertje en jij moet dan alles pakken, inschenken en de rekeningen bijhouden". Wim vindt dat een goede afspraak, als hij ook in de keuken mag prutsen en kokkerellen en thee en koffie zetten. Daar heb ik dan weer geen bezwaar tegen. Achter zijn oor zie ik zijn zelf meegebrachte potloodje. Hij is in vorm.
We posteren Ron vlak bij de deurbel. "Als er gebeld wordt, moet je op die drukker drukken", leg ik uit en doe het vier keer voor. Hij lijkt het te snappen. Terloops vertel ik Wim, dat ik af en toe weggeroepen kan worden, omdat ik moet invallen bij Linda en Monique.
Om een uur of 10, na mijn 12e flesje of omgekeerd, dat is me ontschoten door de drukte, evalueren we het eerste gedeelte van de avond. Het gaat gesmeerd. Wim heeft wallen onder zijn ogen en vindt toch wel dat ie hard moet werken. Veel harder dan overdag. Ik vind het wel goed gaan zo. Mijn conditie is natuurlijk veel beter.
Meer af dan toe help ik mee. Mijn eerste biertje is aan Pimme. "Doe maar een fluitje," zegt ie. Onzeker en vragend kijk ik hem aan, want ik weet niet zo veel. Wim en Joost fluisteren in mijn oor:"Een fluitje is een kleintje bier." Fluitend schenk ik een biertje in. Jezus wat een schuim zeg. Veel meer dan mijn hele familie bij elkaar. Ik probeer het nog een keer, want Pim wil een biertje. Na een keer of zes verschijnt er eindelijk een redelijke schuimkraag in het glas. Vijf vingers breed. Trots kijk ik om me heen en pak de schuimspaan. Pim heeft al een uitgedroogd gezicht. Vol zelfvertrouwen strijk ik met de spaan over het glas. Shit, het glas is hoger dan ik dacht en stoot het hele glas om. Moeilijk hoor, bier tappen. Op de kaart van Pim vul ik 12 biertjes in. Logisch, het is voor de club en iemand moet opdraaien voor mijn onbeholpen gedrag.
De invalbeurt bij de dames zit er om een uur of 11 op. Het viel niet mee. "We verliezen met 3-7. Mijn inbreng mag maar één naam hebben. "Zullen de dames me nog eens vragen? Denk van niet.
Na een snelle douche met biertje en saffie sprint ik schoon en met gekamde haren achter de bar. Hygiëne voor alles. Stel voor dat de Arbeidsinspectie komt. Joost, die mijn broer een beetje geholpen heeft, doet eigenlijk de dingen die ik zou moeten doen. Egoïst. Denkt alleen maar aan zichzelf.
Bijna iedereen biedt ons nu een drankje aan. Dat is het voordeel van achter de bar staan. "Het is geen bardienst," mijmer ik. Het is bargenot.
Ruim na twaalven blijft mijn tong wat hangen. "Blie bier en un pluitje, "giechel ik naar broer. Naadloos voelt hij aan wat er wordt bedoelt. Talenwonder. "Hik pijf schrootjes en hik aft clolalijt,"probeer ik hem uit. Onze Chinese gasten worden er nu bijgehaald om te vertalen.
Na een kop sterke koffie vinden we onze inbreng voor deze avond genoeg. Als ik na drie keer proberen in bed stap, grinnik ik: "Baldienst, koekkie".
KC
Voor vragen of opmerkingen e-mail naar ttc@xs4all.nl